Jamaica 2002

Sander heeft al lang de wens om eens naar Jamaica te gaan, we besluiten dat dit jaar te gaan doen. Veel mensen raden het ons af omdat het een gevaarlijk land zou zijn. Mijn vader gaat met ons mee en we denken dat we met z'n drieën wel veilig zullen zijn. De vlucht is op 25 augustus en na een overstap in Cuba komen we in Montego Bay aan. Er staat een chauffeur klaar en hij brengt ons naar appartement Sandcastles in Ocho Rios.

Het complex ligt midden in het centrum van Ocho Rios. Barman Smiley is een grappige vent en hij heeft inderdaad een glimlach van oor tot oor. Telkens als hij ons ziet begint hij een liedje van Jan Smit te zingen. We hebben niet het gevoel dat het onveilig is, wel wordt er op straat soms een gebaar gemaakt om te informeren of we misschien drugs willen kopen. Bij de bank staan ook bewakers met getrokken geweren voor de deur. Dit is wel even raar en in het voorbij lopen hoop je niet dat dat ze per ongeluk de trekker overhalen. In de buurt is ook een overdekt winkelcentrum met hele dure spullen, deze worden vooral verkocht aan de rijke toeristen die een dagje van een cruiseschip mogen. Er is wel een leuke cd-winkel en een reggae-museum aanwezig. Ons appartement heeft geen privé strand, maar het openbare strand ligt direct achter het complex. Onderweg wordt je wel een beetje lastig gevallen door Jamaicanen die een excursie proberen te verkopen, maar eenmaal op het strand wordt je aardig met rust gelaten. Het strand is daarnaast veel rustiger dan de privé-stranden bij de hotels. Het is alleen jammer dat er tweemaal per week een groot cruiseschip het uitzicht belemmert.

Woensdag 28 augustus gaan we op excursie naar de Blue Mountains. Onze reisorganisatie is Arke en de reisleidster heet Karin. De Blue Mountains zijn erg mooi, er hangt inderdaad een blauwe gloed in de bergen. Onderweg stoppen we om een banaantje te eten bij Mrs. Lou. Het oude vrouwtje weet precies wanneer er een bus van Arke voorbij komt en zorgt dan dat ze haar mooiste jurk aan heeft en over de nodige bananen beschikt. Ze begroet ons hartelijk, alsof ze ons al jaren kent. Je 'moet' wel even met Mrs. Lou op de foto want dat vindt ze geweldig. Vol trots vertelt ze dat ze over de hele wereld bekent is hoewel ze Jamaica nooit verlaten heeft, maar door alle foto's gaat ze inderdaad met de toeristen mee de wereld over.

Bij een koffiebranderij hebben we nog even gekeken hoe de beroemde Blue Mountain koffie gemaakt wordt. Na het drinken van een kopje besluiten we ook een flinke zak gemalen koffie mee te nemen voor thuis. Daarna rijden we naar de hoofdstad Kingston. Eerst een hapje eten en daarna naar het huis van Bob Marley, wat nu een museum is. Bij aankomst regent het hard en het lijkt alsof Jamaicanen bang zijn om nat te worden. Ze rennen rond op zoek naar een schuilplek en zelfs bij de kassa is niemand meer aanwezig om ons te helpen. Karin neemt ons mee naar binnen en we blijken het rijk voor ons alleen te hebben. Het is bijzonder om in het huis rond te kijken, de slaapkamer en de keuken zijn nog in oude staat. De overige kamers zijn leeg en de muren hangen vol met krantenknipsels. In de studio, aan de zijkant van de woning, zie je de kogelgaten van de aanslag op Bob Marley nog in de muur zitten. De terugreis gaat door Downtown Kingston en hier lijkt het toch wat gevaarlijker te zijn. Karin sluit alle ramen en deuren en de chauffeur rijdt stevig door. Dit geeft geen fijn gevoel en we zijn ons ervan bewust dat onze witte neuzen hier wel erg opvallen. We rijden ook langs een sloppenwijk en beseffen ons dan pas hoe arm veel mensen hier zijn. In de avond serveert Smiley ons hele sterke glazen rum, terwijl papa (die nooit drinkt) het naar binnen giet alsof het limonade is. Als hij op een gegeven moment van de barkruk afkomt en begint te dansen is het tijd om hem terug naar de hotelkamer te lokken. Hij is behoorlijk aangeschoten en valt als een blok in slaap.

Vrijdag 30 augustus wordt papa wakker met een flinke kater. Hij heeft geen honger, maar eet tegen heug en meug toch de boterham op die Sander voor hem getoast heeft. Dan wandelen we rustig naar Dolphin Cove. De lokale bevolking is erg vriendelijk en in het voorbij lopen worden we regelmatig aangesproken. Een uurtje later komen we bij Dolphin Cove aan, het ziet er netjes uit en er wordt vriendelijk met de dieren omgegaan. Voor de bezoeker zijn er ook allerlei regeltjes om ervoor te zorgen dat de huid van de dolfijn niet beschadigt. Ik boek een pakket en niet veel later mag ik met een groepje mensen het water in. Het is heel bijzonder om met een dolfijn in het water te zijn. Dit is een wens die uitkomt en ik word er zelfs even emotioneel van. We maken geluidjes, doen dansjes, mogen de dolfijn aaien en als kers op de taart krijgen we allemaal ook nog een kusje. Het kusje is op foto vastgelegd en de meeste toeristen kopen deze dan ook gretig. Op het terrein zijn ook nog andere dieren aanwezig zoals kleine papegaaien, haaien, slangen en salamanders. We nemen nog snel een groot glas limonade omdat papa al uren met zijn kater in de brandende zon heeft moeten staan. Daarna lopen we terug naar het hotel.

Op 1 september worden we naar ons volgende hotel gebracht, dit is Holiday Inn Sunspree in Montego Bay. Een groot complex met een all-inclusive concept, je kunt er de hele dag eten en drinken tot je er bij neervalt. De meeste hotelgasten zijn Amerikanen die de hele dag rond het zwembad vermaakt willen worden. Wij kiezen ervoor om naar het strand te gaan, hier is het veel rustiger. Al snel ontmoeten we een leuk Nederlands stel waar we gezellig mee kunnen kletsen. De ligging van het hotel is wel iets minder, er zijn geen winkeltjes in de buurt zoals in Ochio Rios. De eerste avond kijken we nog wel even buiten de poort, maar aan de overkant van de straat staan groepen mannen te roepen. We durven het niet aan om het terrein te verlaten en hebben het gevoel een beetje in het hotel opgesloten te zijn. Misschien zijn we gewoon te voorzichtig, maar we zien ook geen andere toeristen die het hotel verlaten.

Zaterdag 7 september gaan we met Arke op excursie naar de Black River. De reisleidster is deze keer Ingrid, een oudere vrouw die al jaren in Jamaica woont en getrouwd is met een echte Rasta. Het klikt heel goed met haar en ze vertelt erg leuke verhalen. Per boot varen we door de Black River en zien veel krokodillen. We mogen ook een krokodil aaien, maar ik heb er geen vertrouwen in en besluit dat ik mijn handjes nog langer wil behouden. Papa durft het wel aan en aait het beest als eerste terwijl de gids een stuk kip omhoog houdt. Als Sander de krokodil aait gooit de Jamaicaan ineens een groot stuk kip in het water. De krokodil hapt richting de kip waarbij zijn bek rakelings langs Sanders hand gaat. Wij schrikken natuurlijk enorm, maar de gids komt niet meer bij van het lachen, het zal wel Jamaicaanse humor zijn.

Daarna rijden we naar de Y.S. Waterfall, deze waterval is veel wilder dan de Dunn's River en het water erg troebel. Via een trap aan de zijkant van de waterval gaan we naar de top. Tijdens het afdalen wordt Sander door een jongen meegenomen het water in. Samen lopen ze naar de rand van de waterval, het water stroomt krachtig en de stenen op de bodem zijn erg glad. In het midden krijgt Sander een touw en slingert rond als Tarzan. De overige mannen in de groep durven niet en Sander is dus de held van de dag. Wel blijkt hij later een snee in zijn voet te hebben, maar een Jamaicaans meisje ontsmet de boel snel met een beetje rum.

Maandag 9 september zit ons Jamaicaans avontuur er helaas weer op, maar we komen hier zeker nog een keer terug.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.