Italië 2009

Vrijdagnacht 28 augustus zijn we met de auto richting Pisa vertrokken. Het was een behoorlijke rit en begin van de avond kwamen we pas bij camping in Marina di Massa aan. Eigenlijk zouden wij hier vier dagen blijven, om bij te tanken van de rit en om van de zee te genieten. Bij aankomst leek het echter alsof we in een achterbuurt terecht gekomen waren, met een aantal campings pal naast elkaar. Nog even getwijfeld om maar direct door te rijden, maar na de lange rit verlangde we toch wel naar een bedje. We besloten om dus toch maar één nachtje te blijven. De tent stond snel, waarna we een verfrissende douche namen in een oud en vies douchehokje. Bij de tent een pizza gegeten, waarna we lekker in de slaapzak kropen. Helaas liepen er tot middernacht gillende kinderen rond de tent waardoor we niet konden slapen. Kamperen is al niet mijn ding, maar op deze camping is het helemaal een vreselijke opgave.

De volgende ochtend, zondag 30 augustus, braken we de tent snel weer af om richting het meer van Bolsena te gaan. In Pisa hebben we nog wel even de scheve toren bekeken en de nodige foto’s gemaakt. Op een stoepje een boterhammetje gemaakt, waarna de reis doorging naar Sienna. Sienna was een mooi stadje, leuke winkeltjes en heerlijke ijsjes. Inmiddels was ook het landschap ook mooier aan het worden. Toscane is heuvelachtig met prachtige zonnebloemvelden. Eind van de middag kwamen we aan bij een camping in Bolsena waar we een kijkje gingen nemen. Toen we op het strandje stonden zagen we dat de camping ernaast een veel breder strand had. Door over de afrastering te klimmen kwamen we op het terrein van de camping ernaast. Het was grappig dat Koen dit jaren geleden precies hetzelfde met een vriend had gedaan, dit herinnerde hij zich pas weer toen hij de afrastering zag. Camping Lido was grotere camping, het was echter vrij leeg, de sanitaire voorzieningen waren net nieuw en het lag direct aan het meer. We konden hier dus een mooi rustig plekje voor onze tent uitzoeken. De douche was heerlijk, alleen was het wel opschieten omdat het muntje maar drie minuten water gaf. Op het strand hebben we een pizza gegeten. Het begon ‘s avonds stevig te waaien en aangezien we het lampje ook niet aankregen zijn we vroeg gaan slapen.

 

Toen we wakker werden stond de frisse wind er nog steeds, maar toen het zonnetje doorkwam werd het lekker warm. Bij de campingwinkel wat spulletjes gehaald voor het ontbijt. Daarna zijn we Bolsena ingegaan, een mooi stadje tegen de bergwand. Terug op de camping zijn we twee uurtjes aan het meer gaan liggen, lekker chillen met een boekje en het water was heerlijk. Tegen de avond zijn we vlees gaan halen voor op onze wegwerp-BBQ, deze had alleen wat opstartproblemen. Met takjes, papier en deet kregen we na een uur dan toch eindelijk de kooltjes aan. Van thuis hadden we ook nog een goede fles wijn meegenomen, die zelfs in een plastic bekertje erg goed smaakte. Zo hebben we de hele avond gezellig voor de tent zitten kletsen, helaas hadden we ook deze avond geen lamp. Alle sokjes vlogen telkens in de fik en zelfs het nieuwe gasflesje spoot ineens het gas alle kanten op...wat overigens wel op onze lachspieren werkte.

Dinsdag 1 september zijn we na het ontbijt naar ‘de stervende stad’ gereden. Dit stadje ligt op een berg en is alleen door een lange loopbrug te bereiken, het heeft zijn naam te danken doordat de muren door erosie steeds verder afbrokkelen. Het was erg mooi om te zien, van afstand leek het een locatie uit een fantasiefilm. Het was een stevige wandeling in de hete zon, op het pleintje dus eerst even een koud biertje gedronken. Bij een winkeltje hadden we nog een foto gekocht van het stadje in 1800, maar deze hebben we helaas op het terras laten liggen. Op de terugweg bij een grote supermarkt nog wat boodschappen gedaan waarna we weer lekker aan het meer gingen liggen. Na een heerlijk bordje macaroni hebben we voor de tent nog een potje badminton gespeeld. Nog erg gelachen omdat we met de zelfontspanner hiervan foto's probeerden te maken. Die avond afgesloten met een wandeling langs het meer.

Terwijl ik, woensdag 2 september, de tent ging opruimen zorgde Koen voor scrambled eggs. Na het ontbijt vertrokken wij voor een wandelroute die in een foldertje stond. De wandeling begon bij een klein Maria-kapelletje, waarna we een bospad omhoog gingen. Via grote stenen konden we een beekje oversteken, waarna we het spoor van blauwe paaltjes al bijster waren. In de hoop dat we weer paaltjes tegen zouden komen klommen wij het pad nog verder omhoog. Daar was een grote vlakte met olijfbomen, hier eerst even een korte pauze gehouden. Het pad kwam daarna uit op een weg met hier en daar een huisje en druivenvelden. Na een tijdje zagen we een bordje, deze weg bleek een pelgrimsroute naar Rome te zijn. Dit leek ons toch wel een beetje ver, vandaar dat we besloten om te keren. Inmiddels begonnen we ook wel trek te krijgen. Eerst wat bramen langs de kant van het pad gegeten, daarna besloot ik toch maar op roverspad te gaan. Voorzichtig liep ik een erf op, goed oplettend of ik geen waakhond of mensen zag. Een tros druiven is alleen niet zo makkelijk te plukken, het zat flink stevig aan de struik vast. Uiteindelijk lukte het toch, in de schaduw hebben we ons trosje heerlijke blauwe druiven opgegeten.

Op de heenweg was er al een klein poesje achter ons aangelopen, nu hoorde we weer gemiauw en kwam het kleine witte poesje weer aangelopen. We probeerde wat water te geven, maar ze wilde alleen wat aandacht van ons. Toen we meer gemiauw hoorde zagen we steeds meer katjes verschijnen. Een bruine, nog drie witte en een rood katje. De bruine was het kleinste van het stel en durfde ook naar ons toe te komen, de rest bleef op afstand. Toen ik hem wilde aaien was hij echter toch wel bang, maar nadat hij mijn hand op zijn koppie voelde begon hij rare bokkensprongetjes te maken van genot. Na even met ze gespeeld te hebben liepen we door, maar het witte en bruine katje bleven ons op de voet volgens, zo erg dat je bij iedere stap moest oppassen niet bovenop ze te gaan staan. Af en toe sprongen ze even in de bosjes op jacht naar een hagedisje, maar kwamen dan weer luid miauwend achter ons aanrennen. Zelfs toen we een stuk gingen rennen om ze af te schudden rende ze vrolijk achter ons aan. Ik was al helemaal verkocht, wat een schatjes! Bij het water aangekomen liepen we weer over de rotsblokken en inderdaad durfde ze ons toen niet te volgen. Ze probeerde wel een paar keer de angst van het water te overwinnen, maar dit lukte niet. Toen ik achterom keek stonden ze vanaf een grote steen naar ons te kijken. Ze hadden hun zieligste blik opgezet en lieten een hartverscheurend miauw horen. Het liefst had ik ze mee naar huis genomen, maar Koen verzekerde mij dat dit toch echt niet kon. Terwijl we het bospad terug namen hoorde je nog een tijdje hun zielige gemiauw vanaf de waterkant...

Via een bijna niet begaanbaar pad kwamen we uit bij een mooie waterval. Geen mensen, geen afval en geen verkeer. Hier hebben we dus een tijdje genoten van de ongerepte natuur en rust. Toen we terug bij de auto waren was ik wel blij, het was best een zware wandeling geweest op mijn teenslippers en in de volle zon. Echter zag Koen nog een bordje naar een ruïne. Eerst hebben we in de auto even een broodje gegeten waarna we onze wandeling vervolgde. Het pad ging weer flink omhoog en eigenlijk had ik het wel gehad. Koen ging nog een stukje verder lopen om te kijken of hij de ruïne al zag, als hij zou fluiten moest ik komen. Naar een tijdje wachten had ik het idee dat hij misschien te ver weg was om zijn gefluit nog te horen, er zat dus niets anders op toch ook maar weer een stukje verder te lopen. Op een gegeven moment kwam ik hem weer tegen, hij was een behoorlijk eind verder gelopen maar zag geen bordjes/paaltjes en ook geen spoor van de ruïne. Toen zijn we maar terug gegaan naar de auto, al met al was het een leuke wandeling van ruim drie uur geweest. Op een terras in Bolsena hebben we een biertje gedronken, waarna we in de schaduw voor de tent een dutje hebben gedaan.

 

Donderdag 3 september hebben we de tent afgebroken en zijn we op weg gegaan naar het stadje Viterbo. Na wat te hebben rondgelopen en koffie te hebben gedronken zijn we weer weggegaan. Er waren namelijk alleen wat dure kledingwinkels, verder niets bijzonders. Rond de middag kwamen we aan in Vetralla en gingen we op zoek naar B&B Le Peonie die we via internet hadden gereserveerd. We kwamen bij een aardige vrouw (Antionella), haar man (Francesco) en hun vier hele knuffelige hondjes terecht. De kamer was erg leuk met veel bloemenmotiefjes en het was er bijzonder schoon. Francisco bood ons een welkomsdrankje aan, hij vond het erg leuk om met ons te kletsen al ging dat niet erg makkelijk. Hij sprak naast een klein beetje Duits alleen Italiaans. Zijn vrouw sprak een paar woorden Engels, maar met haar kon je helaas ook geen gesprek voeren. Onze vieze was konden we tegen een kleine vergoeding aan Antoinella geven, dit werd allemaal op de hand gewassen en na een paar uurtjes hing het aan een wasrekje in de zon. Begin van de avond zijn richting de kust gereden om een hapje te eten. Bij de haven was het een beetje oud en vies, het badplaats ernaast leek op een populaire badplaats in Spanje. Uiteindelijk kwamen we in Santa Marinella en vonden daar een leuk visrestaurant die uitkeek over zee.

Vrijdag 4 september gingen we in de ochtend hoopvol naar de veranda voor het ontbijt. Aangezien de perfecte verzorgde kamer en de goede zorgen van de eigenaren gingen we ervan uit dat we een heerlijk ontbijt zouden krijgen. Helaas was het niet meer dan een geroosterde boterham met jam uit een plastic bakje. Het ontbijt in Italië stelt erg weinig voor. Na het ontbijt vertrokken we naar Rome, naar een uurtje rijden we de drukke stad binnen, gelukkig kon de TomTom ons precies de weg wijzen. Bij een parkeerplaats was een metrostation, voor vier euro had je hier al een dagkaart. Eerst naar het Vaticaanstad gelopen. Het St.Pietersplein was druk, maar wel erg mooi. We besloten om maar niet in de kerk te gaan kijken omdat er een hele lange rij met mensen voor stonden. Hierna de metro genomen richting het Colloseum. Ook hier stonden zoveel mensen te wachten om naar binnen te mogen dat we besloten genoegen te nemen met de buitenkant van het gebouw.

Hierna nog een beetje in de omgeving rondgelopen tot we besloten naar het metrostation in de buurt te lopen. Echter was dit station er niet meer, inmiddels hadden we al zeven uur gelopen met de nodige blaren tot gevolg. Uiteindelijk mocht ik Koen's veel te grote sandalen aan en liep hij stoer op blote voeten. Terug bij het metrostation, waar we waren uitgestapt, namen we de tram om op zoek te gaan naar een goed eettentje. Toen was het wel mooi geweest en besloten we terug naar de auto te gaan. Richting Vetrella kwamen we een restaurant tegen waar we een enorme pizza kregen. Hij was zo groot dat hij aan alle kanten over het bord stak en het was de lekkerste pizza die we ooit gegeten hadden. Echter bleken we niet meer op de route te zitten, TomTom had ons verkeerd gestuurd. We reden over verlaten donkere bosweggetjes die er met alle Maria kappeltjes best spooky uitzagen. Toen Koen ineens ook nog voor de gein de autolampen uitdeed kon ik dat niet echt waarderen.

De volgende ochtend namen we afscheid van Francesco en Antoinella, wij kregen een zak olijven mee en zelfgemaakte olijfolie en tomatensaus. In de middag kwamen we aan bij de natuurcamping die we via internet hadden gevonden. Deze camping lag tegen een berg waardoor je een flinke klim moest maken naar de toiletten. Het nadeel was dat er nergens schaduw te vinden was. We besloten toch maar door te rijden naar een andere camping. Onderweg kwamen we een gigantische waterval tegen, dus snel wat foto’s genomen en genoten van de frisse nevel die op je viel.

De andere camping was minder stijl en had een mooi uitzicht over het meer, we zochten een afgelegen plekje om de tent op te zetten. Tijdens het opzetten begon het stevig te waaien en verschenen er donkere wolken. De tent bleek ook nog te groot te zijn voor de plek die we hadden. Het was flink stoeien om hem toch zo op zetten dat we ook daadwerkelijk de tent in konden. Toen de tent net stond brak noodweer uit en bleek de tent niet helemaal waterdicht te zijn. Nogmaals probeerde Koen de gaslamp leven in te blazen. Deze keer ging het installeren van de gasfles goed. Alleen vloog nu het sokje in de hens en hadden we, nadat deze was weggebrand, weer geen licht. In het donker wat spaghetti gemaakt. Aangezien het koud en donker was, besloten we maar te gaan slapen. Toen we echter in onze slaapzakken lagen kwamen we erachter dat de tent wel heel scheef stond, het voelde alsof we iedere moment van de berg konden glijden.

 

Zondag 6 september was ik door de kou vroeg wakker. Onze tent stond precies in de schaduw waardoor deze ook niet opgewarmd of droog werd door het zonnetje. Uiteindelijk besloten we de tent maar weer af te breken en een camping te zoeken die lager gelegen was. Na een paar campings te zijn afgereden vonden we er eentje aan het meer, we hadden hier een mooi uitzicht en een lantaarntje voor de deur. We zouden nu 's avonds in ieder geval niet in het donker zitten. Het waarde heftig, hierdoor was de tent opzetten een behoorlijke klus. Eind van de middag kwamen we erachter dat we toch wel behoorlijke trek hadden, we hadden de lunch namelijk overgeslagen. In de buurt vonden we geen restaurants, pas in een stadje verderop. Helaas was alles gesloten, ergens een ijsje gegeten zodat de ergste honger even ging liggen. Door het stadje gewandeld tot het restaurant open zou gaan. Aangezien het steeds kouder werd mocht ik de broek van Koen aan, deze was een beetje oversized, maar zat heerlijk warm. Toen de pizza eindelijk op mijn bord lag bleken ze de mozzarella vergeten te zijn. Het leek dus meer op een op droog brood met rucola en verse tomaten, het was bijna niet weg te krijgen. De pizza ging terug, waarna ik dus nog langer moest wachten. Achteraf was ook met mozzarella nog steeds geen lekkere pizza hoor.

Terug naar de auto leek het stadje te zijn overgenomen door een gigantische muggenplaag. Nog nooit hebben wij zulke grote muggen gezien en ook niet in die aantallen. Je hoorde gewoon een mega hard gezoem en alles zag zwart van die beesten. Snel zijn we naar de auto gerend, erin gesprongen en de deuren dicht geslagen. We bleken er eentje toch te hebben meegenomen want we hoorde een heel hard gezoem, deze snel doodgeslagen. Onderweg hoorde je het getik van de muggen op je voorraam en op de weg lag gewoon een tapijt van dode muggen. Onderweg hoorde je het getik van de muggen op je voorraam en op de weg lag een tapijt van dode muggen die opstoven als er een auto overheen reed. Ook de camping had er helaas last van de muggenplaag. We konden dus weer niet buiten zitten en zijn maar weer vroeg gaan slapen.

Toen wij maandagochtend 7 september wakker werden was het mooie uitzicht ineens verdwenen, er stond een grote camper voor onze neus, inclusief een huilende baby. Ondanks de wind gingen we stoer naar het meer, maar na een half uurtje op een stoeltje te hebben gezeten hadden we het toch wel erg koud. In de tent uit pure verveling nog maar wat geslapen. Kamperen is al niet mijn ding, maar door de kou en muggen heb ik het er onderhand helemaal mee gehad. In de middag naar Cortona gereden, een leuk stadje op een berg met smalle straatjes. We zijn in een prachtige kerk geweest met fresco’s (muurschilderingen in kalk). Ook was er een grote begraafplaats waar volgens mij alleen de rijke Italianen lagen. Nog wat boodschapjes gedaan om daarna terug te keren naar de camping. Door de harde wind moesten we in de tent koken en eten. Wederom vroeg naar bed, morgen vertrekken we gelukkig richting een B&B.

Dinsdag 8 september was ik blij toen het eindelijk ochtend was. De hele nacht namelijk niet kunnen slapen van de koude voeten. Zodra het licht buiten was ben ik naar de douche gerend om mijn arme botjes weer warm te krijgen. Daarna maakte ik Koen wakker, die er niet echt blij mee was dat ik hem zo vroeg wakker maakte. Ik kon echter niet wachten tot we eindelijk zouden vertrekken. Bij de receptie zagen we een foldertje van de ondergrondse stad van Orvietto en dit leek ons erg mooi. Eind van de ochtend kwamen we daar aan, ruim op tijd voor de excursie. Het was niet een hele uitgebreide tour, er waren maar een aantal ruimtes die bezichtigd mochten worden. Bijna elke woning heeft wel een uitgegraven kelder, waar vroeger duiven werden gehouden als voedsel of om door te verkopen. Doordat de berg uit vulkanisch gesteente bestaat is het makkelijk hakken, echter ontstond door het vele graven instortingsgevaar van de gehele stad. Nu is dit dus verboden.

Op een terrasje spaghetti en ferchillioni gegeten, waarna wij naar Florence reden. Het was zo druk dat het lastig was om een parkeerplaats te vinden. Toen wij uiteindelijk lopend in het centrum aankwamen, konden we al bijna weer terug doordat de parkeertijd verstreken was. B&B Bohemia bleek een restaurantje te zijn met twee kamers, de kamers waren wel iets ongezelliger dan het tuttige bloemenmotiefje van Le Peonie. In het nabij gelegen Modena op zoek gegaan naar een restaurant, maar de keuze was niet reuze. Uiteindelijk een pizza gegeten bij een gigantisch chagrijnige serveerster.

 

Woensdag 9 september liepen we naar het restaurant voor ons ontbijt, de eigenaar stond al op ons te wachten. Hij vertelde dat zijn Tsjechische vrouw drie soorten taart voor ons had gebakken. Een traditionele Italiaanse taart met rode vruchten, een stevige Tsjechische puddingtaart en een Duitse Apfelstrudel. Het was erg lekker, maar wel behoorlijk zwaar als ontbijt. Helemaal propvol, ik was zelfs een beetje misselijk, zaten we nog even uit te buiken aan tafel. Toen de eigenaar begon te vertellen over zijn Balsamico bedrijf, hij wilde ons graag een rondleiding geven. Dat stond niet op onze planning, maar we stemden toe omdat het ons wel grappig leek. Het duurde even voor we elkaar goed begrepen, want het bedrijfje bleek achteraf in zijn woonhuis te zitten.

Op een kleine zolderkamer stonden allemaal houten vaatjes waarin je het hele proces kon zien. Uit het laatste vat mochten we proeven en dat was een heerlijk stroperige Balsamico. Een flesje koste vijfendertig euro, uiteraard een flesje voor thuis gekocht. Na het afscheid zijn we doorgereden naar Parma, een klein stadje met leuke winkeltjes. Rond de lunch uiteraard een heerlijk broodje met parmaham en parmezaanse kaas gegeten. In Ferrara gingen we op zoek naar onze B&B, er was niemand aanwezig en het duurde even voordat inderdaad de juiste persoon verscheen. Het was een nette, sfeervolle kamer. Na een dutje kregen we de tip om in een restaurantje in de buurt te gaan eten. Er stonden vier tafels en had een huiskamersfeer. Vooraf kregen we een grote schaal met verschillende soorten salami, ham, kaas en pesto’s. Het was echt heel erg lekker, natuurlijk werd alles weggespoeld met een glas rode wijn. Na het voorgerecht zaten we eigenlijk al best vol, maar we hadden het hoofdgerecht al besteld. Koen kreeg pastabladen met kaas en rode kool. Er zat niet veel smaak aan, maar was nog wel redelijk. Ik kreeg spaghettisaus uit blik dat erg op kattenvoer leek. Gelukkig maakte het geweldige voorgerecht alles goed en de rekening van tweeëndertig euro viel ook mee.

Donderdag 10 september zijn we na het ontbijt richting de kust vertrokken. De campings die wij onderweg tegenkwamen bleken complete toeristendorpen waarbij alle tenten pal naast elkaar stonden. Ik kreeg er spontaan uitslag van. Uiteindelijk moesten we toch een camping uitkiezen, dus bij een wat kleinere camping Blu toch maar naar binnengegaan. Ook hier was het erg druk en Koen stelde voor om anders een stacaravan te huren. Wij hadden geluk dat er nog eentje vrij was, echter niet langer dan twee nachten. Wij besloten dit toch maar te doen en dan de laatste nacht in de tent door te brengen. Verblijven in een caravan was al stuk beter, we hadden een keukenblokje, normale bedden en een eigen toilet/douche. Terwijl ik onze vieze kleding ging wassen zorgde Koen voor een maaltijd. Heerlijk op onze veranda gegeten, waarna we aan het strand de zonsondergang gingen bekijken. Toen het wat kouder werd hebben we in de caravan een filmpje gekeken.  

Vrijdag 11 september schrok ik al vroeg wakker van een vrachtwagen die de glasbak naast de caravan kwam legen. De hele nacht hadden rond de caravan jongeren staan schreeuwen, waardoor ik niet veel slaap had gekregen. De rest van de dag dus een beetje aan het stand gelegen en met een boek in de schaduw op onze veranda gezeten. De eigenaar had inmiddels laten weten we ook de laatste nacht in de caravan mochten blijven.

 

Zaterdag 12 september zouden nog een dagje op het strand doorbrengen, helaas was het bewolkt en dus besloten we om naar Venetië te gaan. Na een uur rijden kwamen wij in Venetië aan, maar aangezien de binnenstad geen verkeer toe liet stonden we een lang bij een parkeergarage te wachten. Wat rondgelopen en een ijsje gegeten. Het was niet het romantische stadje met mooie gebouwen en grachten zoals wij verwacht hadden, het was een beetje viezig. Op een gegeven moment waren we de weg kwijt, het duurde een tijdje voordat we in de gaten kregen hoe we weer aan de andere kant van het water moesten komen. Bij een pizzahut een punt genomen om de ergste honger te stillen, waarna we terug naar de auto liepen.

In de ochtend van zondag 13 september scheen het zonnetje al goed, dus een paar uurtjes aan het strand doorgebracht. Terug bij de caravan had Koen twee gebakjes geregeld om ons éénjarig huwelijk te vieren. Na een siësta en een lekkere douche zijn we op zoek gegaan naar een restaurant. We vonden een chique visrestaurant in Cavalino Treporti. Het was er chique en eten heerlijk. Zeker ook de toetjes, teramisu en crème brullée, waren super lekker.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.